Multidisciplinair opleiden, een perspectief op (onderwijs)innovatie

15 mei, 2020
Caroline Passenier - coach Crossover leeromgeving

Caroline Passenier is coach in de Crossover leeromgeving van Scalda Techniek, logistiek en ICT. In deze leeromgeving werken studenten in multidisciplinaire projectteams aan innovatieve vraagstukken uit het bedrijfsleven. Caroline is sinds 2009 docent Wiskunde. Voor die tijd was ze zelfstandige en in diverse functies werkzaam in de culturele sector. Een interview met haar over de innovatie waar zij onderdeel van is.

Aandacht voor de Vierde Dimensie: onderwijs op het raakvlak van professionele en de persoonlijke ontwikkeling

Over haar drijfveren om in te stappen in deze nieuwe leeromgeving kan Caroline heel gepassioneerd vertellen. ‘We zouden veel meer gericht moeten zijn op de zogenaamde vierde dimensie. Bij het bedenken van vraagstukken (rondom thema’s als onder andere: toekomstig burgerschap, (super)diversiteit, energietransitie, ontwerpen voor de toekomst, circulair bouwen, artificial intelligence, Plastic Soup, etc.) voor studenten bestaat de valkuil dat er geroepen wordt: Dat doen bedrijven of de overheid al. Of… Dat is niet innovatief. Gevolgd door… Waarom zou je dat aanbieden aan studenten als bedrijven dat al doen? Dat is toch een taak van de overheid? Terwijl het er denk ik juist om gaat dat je studenten bewust maakt van deze grote thema’s. De wereld om ons heen wordt steeds groter waardoor je de dingen niet meer eenvoudig kunt (over)zien. Je raakt verwijderd van wat er is. Het is onzin om te denken dat je geen plastic meer hoeft te scheiden omdat bedrijven dat oppakken. Mensen worden op deze manier minder verantwoordelijk gemaakt. En dat is nu precies een van de redenen waarom ik mijn werk heel graag doe. Ik vind het leuk studenten verder te laten kijken dan wat er is op het eerste zicht. Het zoeken naar dat wat niet tastbaar is, die extra dimensie. Dat studenten op zoek gaan naar ‘het waarom van de dingen’.  Logisch denkvermogen en kritische denkvaardigheden leren ontwikkelen. Pioniers zijn daarom belangrijk voor onze Crossover omgeving: Kijk eens in de wereld om je heen, hoe doen zij dat, hoe werd het gedaan en waarom?”

Twee stromingen verbinden: serialistisch kijken of holistisch benaderen  

Een veelgehoord cliché is dat MBO studenten ‘doeners’ zouden zijn. Caroline ziet twee  stromingen onder collega’s en de coaches in de leeromgevingen van de school: een serialistische stroming en een holistische benadering. Collega’s die  ‘to the point’ en praktisch ingesteld zijn; er is een bepaalde focus en doel en daartoe wordt de kortste weg genomen. Zelf benadert ze situaties vanuit de gedachte dat niets op zichzelf staat. Bij de holistische benadering ligt het gevaar van verdwalen in de hoeveelheid aan materie op de loer. Welke keuzes maak je? In de experimentele leeromgeving vindt ze daarom de toepassing van de scrummethodiek in de projecten waardevol: het helpt je om prioriteiten te stellen, om elkaar aan te vullen, met alle de taken binnen het team. Dat is ook het grote voordeel van de combinatie van de twee stromingen: van elkaar die talenten of krachten zien en elkaar op het goede moment weten aan te vullen kan zo’n verschil maken. Daar zou het aannamebeleid binnen de school meer op gericht kunnen zijn. Voor een innovatieve en experimentele leeromgeving  is vertrouwen  nodig. Wat je kent is veilig, van iets nieuws of anders is het maar de vraag wat dat dan oplevert.

Een open source mentaliteit  

De school zou nog kunnen groeien als de bestaande expertise inzichtelijker en toegankelijker wordt voor iedereen. Stelselmatig tijd maken om de eilandencultuur te doorbreken. Je moet behoorlijk investeren in een netwerk om te weten te komen waar iedereen mee bezig is en veel docenten zijn eigenlijk met interessante dingen bezig waarop ze zou kunnen aanhaken. Zelf geeft Caroline 1e jaars studenten bouw-infra bijvoorbeeld de opdracht een ‘(Zeeuws) earthship’ te ontwerpen. Het concept hiervan is door architect Michael Reynolds bedacht en dateert al van de jaren 60. Geboren vanuit idealisme maar is inmiddels meer dan actueel. Ze refereert ook aan Dave Hakkens die de specificaties van zijn ontworpen machines toegankelijk maakt voor iedereen. Jezelf alles eigen maken is praktisch onmogelijk maar het helpt om te weten hoe anderen in de praktijk werken. Dan kun je namelijk beter ontwerpen. In de crossovers is het goud als je de brug weet te slaan tussen de gebruiker en de opdrachtgever.

We benutten een fractie wat er allemaal in de school zou kunnen gebeuren. Bouwstudenten die ontwerpen, maar toch mogelijkheden hebben om te lassen bijvoorbeeld. Vorig jaar hebben we studenten een ontwerp voor een meubel voor hun eigen kamer laten maken.  De ene student wilde daar iets voor lassen en een ander had iets met elektriciteit. Ze vonden dat super om te mogen doen. Dat werd dan gefaciliteerd: Je mag het bedenken maar je mag het ook doen. Ik vind het belangrijk dat studenten leren de eigenschappen van materialen ervaren en dat merk je pas als je het doet. Glas snijden, hout zagen en plastic zagen, dat gaat allemaal op een andere manier. Dat tastbare dat zou veel meer mogen. Door die andere opleidingen te kunnen kijken, dat is waardevol.

Een coach die het proces faciliteert

In het begin vinden studenten het multidisciplinaire project nieuw en spannend. Vaak zijn ze dan onzeker. Vervolgens krijgen ze dan de slag te pakken en gaan ze aan het werk. Tijdens het proces komt er dan een punt dat het te moeilijk wordt. De ene student gaat er dan overheen, de andere student blijft hangen en dan wordt het gevaarlijk. Zien ze het dan uiteindelijk toch maar als school? Je verwacht dan eigenlijk dat ze enthousiast zijn over de inhoud en het doel van het project. Dit goed sturen kwam bij mij niet helemaal goed van de grond in de eerste ronde.

De huidige opzet belemmert ons wat: dat je vastzit aan die ene donderdagmiddag. De flow trekt dan weg en dat is lastig om te coachen. Bijvoorbeeld het team dat werkt aan een biobased camper: De studenten moeten op pad kunnen, er een week aan door kunnen werken. Dan kun je de energie vasthouden en is de effectiviteit van de leertijd nog groter. Kennis is belangrijk maar daarnaast is denken, voelen en willen in een lijn helpen brengen belangrijk als coach: Dan komt alles beter in een flow en dan gaat het veel automatischer. Dan beklijft het ook beter.

Wat ik verder belangrijk vind is dat er in een projectteam met studenten positieve energie stroomt, dat je de verbindingen weet te bewerkstelligen tussen teamleden als dat niet vanzelf gaat. Of wanneer je de studenten kent, kun je ook hun krachten in beeld brengen als ze dat zelf niet bewust zijn.  Hoe je dat doet? Ik kan nog wel hulp gebruiken maar het is vooral een kwestie van reflecteren wat je zelf doet en kijken hoe anderen dat doen. Heel goed luisteren naar wat er gezegd wordt en wat er niet gezegd wordt en daarop acteren.

Inspelen op de WHY tijdens het projectproces

Studenten zien het belang van leren werken in multidisciplinaire teams voor een opdrachtgever nog niet altijd. Overtuigen gaat hem dan niet worden. Inspelen op het ‘ervaren’, doen is van belang. In Nederland lopen we niet voorop om te vertellen waar we goed in zijn, terwijl we dat eigenlijk aan zouden moeten grijpen: inspelen op talent. Zien hoe een andere sector hiermee omgaat dan de eigen discipline, dat is waardevol. Elkaar laten zien in de samenwerking wat opmerkingen kunnen betekenen, wat de impact voor een ander kan zijn.  Alles draait om het kunnen pakken van de momenten onderling, ze te benoemen en er op in te spelen. Dat je hierbij weet wie je bent als coach is belangrijk. Nu wordt vaak alleen bij projecten ingespeeld op het doel en de resultaatgerichtheid, er is echter een combinatie nodig van product en proces! Het scrummen dwingt je om naar het proces te kijken. Het helpt daarnaast eigenlijk ook in het onbewust naar elkaar toegroeien: het benoemen en reflecteren op je acties en je bewustzijn om van te leren. Als coach ben je vooral bezig met het proces.

Voor de organisatie geldt precies hetzelfde met deze innovatie: veel samenwerkingen die we aangaan zijn gericht op inhoud maar zouden eigenlijk moeten gaan over het maken van verbindingen. We moeten ons meer bewust van organisatiestructuren zijn. Organiseren vraagt om het ondersteunen van structuren. De crux zit er in dat je jezelf tegen het licht houdt, je eigen verantwoordelijkheid onder ogen ziet en neemt en durft dingen te vragen. Samen nieuwe visie ontwikkelen en aan continuous improvement doen.